Sorry, ik doe echt mijn best om het niet te doen. Heus. Tenminste om te minderen. Zeker sinds ik kinderen heb. Maar soms kan het gewoon niet anders. Zoals in deze zomer. Tyfus, wat een klotehitte.

Sorry. Maar niet vloeken of schelden valt nou eenmaal niet mee. Die woorden liggen zo lekker in de mond. En ook zo voorin. Als superbraaf kleutertje begon het al. Een etterig klasgenootje wist dat ik geen klootzaak meer mocht zeggen van de juf. De klootzaak. Sorry. Hij maar zuigen en ik maar happen. Maar dan wel vanuit de tenen: klootzak! Ik moest sorry zeggen van de juf en werd naar de gang gestuurd met een kleurplaat en twee kleurpotloden. Thuis zei ik niks. “Waarom heb je maar twee kleuren gebruikt eigenlijk?” vroeg mijn moeder quasi nonchalant. Ik zag mijn vader heus wel trots glimlachen bij mijn uitleg. Toen we die zomer op vakantie gingen, trok een Schotse fanfare aan ons voorbij. “Ik weet wel hoe die zakken heten!” riep ik trots. Mijn ouders keken me nieuwsgierig aan. “Klootzakken!” Ik was oprecht teleurgesteld dat die zakken doedelzakken bleken te heten. Ik probeerde het in mijn hoofd nog recht te breien via Jan Doedel en Jan Lul, maar ben nooit een liefhebber geworden van het instrument.

Sinds vorige maand hou ik het opnieuw liever bij klootzakken. Of ik smijt met geslachtsdelen, een lekkere gloeiende gloeiende Godfried van Bourgogne. In deze tyfushitte stap ik vloekend uit bed en rest er tijdens de slapeloze nachten weinig anders dan een potje schelden. Schijtmuggen. Kuthitte. Klotekussen. Gaan we een weekendje relaxen bij Tour de France, komt die kutfroome weer voorbij. Ik moest zoontjelief bijna naast de kampeerbus parkeren met een kleurplaat en twee kleurtjes. Toch maar een weekendje uitwaaien aan de Waal dan. Overal achterlijke gladiolen, in emmertjes in de schaduw. Probeerden wij het rustig aan te doen, zitten die wandelaars daar tierend hun blaren door te prikken. Schijtvierdaagse.

Om het gevloek en onze thermostaten te temperen (en zou het ook een gevoel van Hollandse heimwee zijn?), zijn we op weg naar een plek waar een kwakkelzomer nog wél in is. Iets van Bretagne. Lekker tussen de kutfransen. En anders maar die klotetunnel in, naar die azijnpissers die niet meer bij Europa willen horen. Gezellig andere klootviolen ontmoeten. Heerlijk, die zomerfuckingvakantie.

Categorieën: Columns