Het is roze en veel meisjes spelen er graag mee. Juist, Pinkpop. Met Pinksteren heeft dit muziekfestival niks meer te maken, maar met Pop gelukkig nog genoeg. Dus toog ik vorig weekend met dochterlief en vriendin af naar het zonnige zuiden.

Die vriendin had van haar mavo-klas recent een tip ontvangen. Die weliswaar niets met dit festival te maken had, maar door ons in het geheugen is opgeslagen als Algemene Goede Raad. Een docent lag wat dwars, waarop haar klas reageerde met: “Hoeken, mevrouw!”

Het was een gouden tip, mag ik wel zeggen. Bijvoorbeeld toen wij op ons gemakkie op onze Heilige Graal van deze editie wachtten. Dochtertjelief voorop, schemerzonnetje in de rug, biertje in de hand. Daar kan niks mis gaan, zou u zeggen. Ware het niet dat vijf minuten later dochterlief in diagonale stand hing, de zon onder was en mijn bier door het gras werd opgezogen. “Wil je ergens naartoe misschien?” vroeg ik zo onvriendelijk mogelijk. “Ja, dat zie je toch? En wie treden er straks eigenlijk op?” vraagt de duwende Limburgse local met een sapje teveel en hersencelletje te weinig. Lampje! Hoeken, mevrouw. “Is dit een nieuw nummer?” wordt aan mijn vriendin gevraagd als Eddie aan een nummer van Pearl Jams allereerste cd begint. Hoeken, mevrouw! Een 65-plusser wil door dochterlief naar voren lopen. Hoeken, mevrouw!

Ik bezocht Pinkpop voor de 9e keer, maar nog nooit was een festival zo’n beproeving van mijn tolerantievermogen. Tot onze niet geringe verbazing hadden veel bezoekers geen idee wie er op het podium stond. Dronken gompies beukten van links naar rechts. En terug. Er werd volop door de muziek geluld. Ik heb inmiddels geleerd dat het The Dutch Disease heet (die niets met economie te maken heeft). Dat is, zo schrijft Özcan Akyol in en naar aanleiding van een verhaal in De Stentor, een verzamelnaam voor alle narigheden waarmee artiesten tijdens optredens te maken hebben, zoals ongevraagde bierdouches, vervelende spreekkoren, projectielen die naar het podium worden gegooid en vooral het eindeloze geouwehoer tijdens liedjes. Respectloos, noemt hij het. Een kwelling voor artiesten, staat in krantenkoppen. Maar laten we ook de bezoekers niet vergeten, die wél graag willen genieten.

Gelukkig zat het met dat genieten toch wel snor. Want kanonnen, wat speelden Pearl Jam en de Foo Fighters goed. De rest was bijzaak. Ook dat de zanger van de Foo Fighters ons consequent motherfuckers noemde. Gelijk had ie. Hoeken, meneer!

Categorieën: Columns