“Dat gun je me toch wel, dat ik ook eens een keer een filmpje kijk, vanavond op bed?” Ik kijk verbaasd op als manlief zijn vraag op het keukenblad gooit. Eens? Een keer? Hij kan er zelf wel om lachen.

We hebben dus een televisie op onze slaapkamer. Niet zo bijzonder, nee. Heb ik ooit gekregen voor mijn verjaardag, omdat ik erom had gevraagd. Dus ik was ook erg blij met het kekke apparaat dat aan de muur hangt. Lekker met z’n allen af en toe een filmpje op bed kijken, op een luie regenachtige zondag. Dat was het idee.
De praktijk is weerbarstiger. Tegen de tijd dat manlief en ik doorgaans naar bed gaan is het ook in hartje zomer pikkedonker. Dat wordt keihard een potje snel-in-slaapvallen, denk ik dan. Maar net op het moment dat ik – helemaal genesteld – mijn ogen sluit, hoor ik hem rommelen met een afstandsbediening. “Even een filmpje kijken, anders val ik niet in slaap.”
Soms kijk ik even mee. Meestal sluit ik de ogen. Maar de felle lichtbundels die door de kamer flitsen, werken niet rustgevend. Laat staan de luidruchtige moordpartijen die zich op het scherm afspelen.
Meestal loopt het wel los en sust de film manlief in sneltempo in slaap. Moet hij alleen nog uit zijn ronken worden ontwaakt om de tv uit te zetten. “Maar ik sliep helemaal niet!” zegt hij dan steevast. “Hoeveel mensen zijn er de afgelopen minuut doodgegaan dan?” vraag ik hem. “Niet één!” Op het scherm start op dat moment vaak een begrafenis.
Maar als hij het tóch volhoudt, moet ik (mopperend) mijn wapens in de strijd gooien: oordoppen en oogkleppen. Nee, visualiseert u maar niet. Die oordoppen leiden naar mijn telefoon op het nachtkastje. Lang leve Spotify. Met die oogkleppen bedoel ik een slaapmasker, ooit eens van hem gekregen toen ik te chagrijnig werd van een serie die hij avondenlang volgde. Lang leve Netflix. De blik op het gezicht van zoonlief toen hij ’s nachts naast mijn bed stond, mijn oordoppen had verwijderd en mij voor het eerst zo zag liggen: onbetaalbaar. Maar toch: echt lekker ontspannen slaapt het niet. En dat gevoel in mijn oren en nek: hmwooa.
“Om terug te komen op je vraag, schat: dat ‘ook’ neem je terug, maar dat ‘eens’ en ‘één keer’, daar hou ik je aan.” Beteuterde blik. Allemachtig, wat zal ik de komende tijd slapen.

Categorieën: Columns